In gesprek met dierenarts Marco te Loo

‘In de diergeneeskunde bestaat geen absolute waarheid’

Dierenarts Marco te Loo – bekend van dierenartsen van de Caviadokterlijst – heeft onlangs de diergeneeskundige praktijk ingeruild voor een baan bij een grote farmaceut in de dierenbranche. Caviawijzer sprak met hem over het dierenarts zijn, cavia’s en dé lijst.

Wat is er zo leuk aan het beter maken van cavia’s?
‘Cavia’s zijn erg leuke dieren met zeer verschillende karakters, net als de eigenaren trouwens. Eigenaren zijn wel redelijk herkenbaar als knaagdieren-mensen, want plantetendedieren-liefhebbers zijn toch wel anders dan… Lees het hele interview

Een cavia met astma?

Die bestaat. Het komt zelfs vaker voor dan je misschien denkt. Gelukkig is het aanzienlijk minder ernstig dan een luchtweginfectie. In die zin, dat het niet direct levensbedreigend is. De cavia zelf heeft er volgens caviakundige dierenartsen niet heel veel last van.

Hoe weet je dan dat het astma is horen wij je denken? Het begint vaak met een cavia met een reutel. Een reutel die aanhoudt en je dus doet denken aan een luchtweginfectie. De eerste logische stap is dan naar de dierenarts gaan, die jouw cavia een antibioticum voorschrijft.

Na de eerste kuur terug op controle blijkt er weinig te zijn veranderd. De reutel is soms hoorbaar en soms niet. Je twijfelt of de luchtweginfectie wel over is en de dierenarts doet dat ook. De dierenarts kan dan een röntgenfoto maken om een eventuele hartaandoening uit te sluiten.

Wanneer de röntgenfoto tekenen van ontsteking laat zien in de bronchiën (de vertakkingen van de luchtpijp), kan het een luchtweginfectie zijn die zich iets verder heeft uitgebreid, maar het kan ook astma zijn.

De dierenarts neemt uiteraard het zekere voor het onzekere en schrijft eerst een nieuwe antibioticakuur voor. Er is namelijk geen echte test voor astma, dus gaat het stellen van een diagnose een beetje anders. De diagnose astma wordt  namelijk pas gesteld, nadat alle andere mogelijke oorzaken zijn uitgesloten. In dit geval: een luchtweginfectie of hartaandoening.

Wanneer de tweede antibioticumkuur en ook de derde kuur geen verandering laten zien, is het verstandig om een nieuwe röntgenfoto te maken. Zijn daar nog steeds dezelfde tekenen van ontsteking op te zien? En is het niet erger geworden? Dan wordt het steeds waarschijnlijker dat jouw cavia astma heeft.

Aanvullend zou je de cavia bij de dierenarts nog kunnen laten testen op chlamydia caviae. Een infectie met deze bacterie kan soms langdurig of zelfs chronische luchtwegklachten geven.

Het minder goede nieuws is dat astma niet echt te behandelen is en vaak niet meer overgaat. Om de astmaklachten van de cavia wat te verlichten kan de arts een zogenaamde puffer met een luchtwegverwijderaar (salbutamol) voorschrijven. Deze medicatie dien je toe via de neus van de cavia.

Heb je al op jouw favoriete dierenarts gestemd?

Eerder vroegen wij via Facebook en Instagram ‘Welke dierenarts kan een cavia behandelen; welke beveel jij aan?’ In onze poll (hieronder) vind je alle dierenartsen die werden genoemd. Heb jij een goede ervaring met één van deze artsen? Geef dan je stem! Andere aanbevelingen zijn uiteraard welkom. Stuur ons deze per e-mail. Wij zullen deze poll blijven aanvullen op basis van jouw aanbevelingen. De stemmen tellen (samen met de andere bronnen die wij hiervoor benutten) voor onze nieuwe lijst met dierenartsen aanbevolen door eigenaren.

Je kan op maximaal drie dierenartsen stemmen.

Welke dierenarts kan een cavia behandelen; welke beveel jij aan?

Bekijk resultaten

Laden ... Laden ...

Het oog dat anders oogt, wat nu?

Een rood oog, een witte waas op het oog, rood oogwit of iets anders vreemds aan het oog, valt je meestal direct op. Gelukkig maar, want dan kun je er iets aan doen. Wat? Dat lees je in het verhaal van Dolf.

Dolf is een overbehaarde skinnycavia van 4,5 jaar. Heden iets kaler, maar dat zal de leeftijd zijn 😉

Dolf had op 6 december een scheef hoofd en een flinke dronkemansloop. Het lukte hem niet meer te lopen zonder om te vallen. Middenoorontsteking luidde de diagnose en daarvoor kreeg hij een pijnstiller/ontstekingremmer en een antibioticum.

Dolf zijn motoriek was niet best, krabben en wassen gingen niet zonder mislukte koprollen en omvallen. Eten ging ook niet eenvoudig met dat enorme scheve hoofdje, dus kreeg meneer tarwegraspap met de spuit. Voor medicatie en bijvoeren werd meneer ten minste drie keer uit zijn verblijf gehaald. Het is ook hét moment om extra goed te kijken hoe het met hem gaat.

Heel gek was het eigenlijk niet, dat er ineens een stukje wortel in zijn oog vast zat. Hoelang het er al zat? Waarschijnlijk zo’n drie uur. Het oogwit was erg rood op de plek waar de wortel zat (zie foto 11 december) en het oogde wat verdikt.

Een beschadiging van het hoornvlies (dit is het buitenste, doorzichtige deel van het oog, dat voor de iris en de pupil zit) moet snel behandeld worden om (blijvende) schade te voorkomen. De roodheid en zwelling zijn kenmerken van infectie en nog een extra reden om als cavia-eigenaar snél te handelen.

Dus nog maar een keer naar de dierenarts voor een oogzalf met antibiotica. De eerste oogzalf die dan vaak voorgeschreven wordt is een zalf met fusidinezuur. Zo ook nu.

Het oog werd helaas heel snel veel slechter (zie foto 13 december). Dus opnieuw naar de dierenarts. Het is dan belangrijk om een andere zalf te krijgen en gaan gebruiken, dus één met een ander antibioticum (bij voorkeur met ofloxacine). En het “smeren” ook vol te houden, want een ooginfectie is niet binnen een paar dagen beter!

Het knipperreflex van Dolf’s oog was weg, het oog werd steeds roder en boller, het leek wel een kers (zie foto 14 december). Hoe gaat dat nog goed komen? Het bleek een kwestie van blijven smeren, twee keer per dag op vaste tijden voor drie weken.

Rond 25 december “knipoogde” meneer weer voor het eerst; het oogknipperreflex was terug. Op 31 december (zie foto) oogde zijn oog weer bijzonder normaal.

Wel was er een nieuw “probleem” ontstaan. Eén die nog altijd bestaat. Dolf is verslaafd aan de spuit en heeft een tarwergraspapverslaving.

Meer over ogen vind je op de pagina ‘Ziekte – Ogen’.

Online-shoppen voor jouw cavia

Waar koop ik die leuke slaapmutjes voor mijn cavia? Zijn die cavia-sleutelhangers al te koop? En waar koop ik nu de voedingsformules van Marumoto (van dr. Eva Stoffels)?

Wij ontvangen met regelmaat e-mail met dergelijke vragen. Dus tijd voor een nieuwe categorie in onze berichten: online-shopping voor de cavia. In dit eerste deel beantwoorden wij ook tegelijk twee vragen.

De Marumoto-voedingsformules die ontwikkeld zijn door dierenarts dr. Eva Stoffels zijn heden te koop bij Cavycare.nl. Deze website is gemaakt en in het beheer van Melissa. En verkoopt naast de Darm+, vitamine C-poeder, calciumgluconaat en Body Build nog veel meer handige cavia-hulpmiddelen. Wie goed kijkt, vindt daar ook alvast die leuke caviasleutelhanger, die je op de Facebookpagina van Caviawijzer en onze Instagram kunt winnen.

Neem eens een kijkje!

Heb jij een leuke online-shopping tip voor cavia’s? Stuur ons een bericht en wie weet lees je jouw tip terug in een van de volgende berichten.

De keuze voor castratie

Caviawijzer is niet tegen het castreren van cavia’s. Wel vinden wij het belangrijk dat huisdiereigenaren stilstaan bij de keuzes die zij maken voor hun dieren. Onderstaand blog-artikel is bedoeld om het denken aan dierenwelzijn te stimuleren.

‘Vanaf welke leeftijd mag je een cavia castreren?’ is een veel gestelde vraag op internetfora. Voorafgaand aan het besluit jouw cavia te laten castreren is het misschien wel belangrijk om eerst aan de volgende vragen te denken: ‘Is het noodzakelijk om een cavia te castreren? Wanneer is dit noodzakelijk? Wat betekent castratie voor mijn cavia? Wat zijn de risico’s voor het dier?’

Als je een caviabeer bij een zeugje wilt plaatsen ligt het voor de hand om de beer te laten castreren. Maar is dat plaatsen bij een zeugje wel de enige mogelijkheid? Soms wel, maar zeker niet altijd.

De wetswijziging in de zogeheten Wet Dieren geeft stof tot nadenken. Gisteren stonden de kranten bol van de oproer en de betekenis van deze wijzingen voor huisdiereigenaren. Allerlei spookverhalen gaan er rond, maar de wijziging omvat eigenlijk een hele belangrijke positieve boodschap.

Wat houdt de wetswijziging in? Dieren hoeven per 1 januari 2023 niet te worden aangepast aan hun huisvesting. Sterker nog de huisvesting moet straks ruimte bieden voor natuurlijk dierengedrag. Deze wijziging is met name bedoeld voor de veehouderij waar teveel dieren op een te kleine ruimte worden gehuisvest. En waar dieren soms zelfs worden aangepast, zodat het “beter” past. Wat zo’n aanpassing voor de dieren zelf betekent was voorheen niet relevant. Vanaf 1 januari 2023 dus wel. Hoe kan dit geen goed nieuws zijn?

De wetswijziging is dus voornamelijk bedoeld voor de veehouderij, maar bevat een belangrijke boodschap voor iedereen: We moeten beter gaan nadenken over het welzijn van (huis)dieren.

Wat heeft die wetswijziging met castratie te maken? Castratie is een medische handeling waarvoor een cavia narcose ondergaat. Er wordt in het dier gesneden en de geslachtsorganen worden verwijderd. De castratie heeft het doel het dier onvruchtbaar te maken, waarmee het ongewenste zwangerschap voorkomt en dus ook de gevolgen die daarmee gemoeid zijn.

Castratie kan in zekere zin ook gezien worden als een aanpassing van het dier voor zijn huisvesting. Immers, als een caviabeer bij een andere caviabeer kan wonen, dan speelt die ongewenste zwangerschap niet. Castratie is dan dus niet nodig.

Maar twee beren bij elkaar dat kan toch niet? In een te kleine huisvesting klopt dat vaak, dan kan het vechten geblazen worden. Gelukkig zijn er voldoende berenkoppels die vredig naast elkaar leven en oud met elkaar worden. Daarbij bestaan er ook zeugjes die elkaar de tent uit vechten.

Of een koppel daadwerkelijk in vrede leeft ligt zeer waarschijnlijk meer aan de individuele karakters, die met elkaar verenigd worden, dan aan het geslacht. Mits er voldoende ruimte is.

Natuurlijk zijn er eigenwijze, dominante, of misschien zelfs wel beren met een groot ego, die geen enkele andere beer in hun omgeving accepteren. Zo’n beer moet dan wel samenwonen met een zeugje. In dat geval is er die noodzaak om een beer te laten castreren of steriliseren.

Kies dan alleen wel voor een dierenarts die een cavia op diervriendelijke wijze helpt. Een niet goed uitgevoerde castratie of sterilisatie kan ernstige complicaties – met zelfs overlijden – tot gevolg hebben.

Over onderzoek doen naar Chlamydia caviae bij cavia’s

De 24-jarige Marende de Gier is masterstudent diergeneeskunde en heeft nog zo’n 2 à 2,5 jaar coschappen van haar master Gezelschapsdieren voor de boeg. Ze kijkt ernaar uit de praktijk in te gaan en dierenarts te zijn voor de kleinere gezelschapsdieren. Zelf heeft ze Edelweiss en Pasta Tricolore, twee caviaberen van 5 jaar. Vanuit haar opleiding deed zij wetenschappelijk onderzoek naar Chlamydia caviae bij cavia’s. Zij ging hiervoor langs verschillende Nederlandse caviafokkers, die hun medewerking verleenden aan dit onderzoek. Caviawijzer sprak met Marende via Skype.

Hoe kwam je erbij om Chlamydia caviae bij cavia’s te onderzoeken?
‘Aan het einde van mijn bachelor moest ik een scriptie schrijven. Ik kon daarvoor een onderwerp kiezen van een lijst of zelf een onderwerp bedenken. Toen ik een artikel voorbij zag komen, ik meen in het AD, dat mensen ziek waren geworden van hun cavia, wist ik het: Daar wilde ik meer van weten. Het bleek te gaan over Chlamydia caviae en dus werd dat het onderwerp van mijn literatuuronderzoek en uiteindelijk mijn scriptie. Eén van de docenten van de faculteit, Yvonne van Zeeland, liet mij daarna weten dat zij plannen hadden om het nader te onderzoeken in Nederland. Mijn interesse ervoor was al gewekt, dus het onderzoek bleek een logische volgende stap.’

Vertel eens, hoe ging het onderzoek in zijn werk?
‘We wilden een aanzet maken om te onderzoeken hoe vaak Chlamydia caviae nu daadwerkelijk voorkomt in Nederland. In eerste instantie was het de bedoeling onderzoek te doen tijdens caviashows, maar het langsgaan bij individuele fokkers bleek toch geschikter, zowel voor de fokkers alsook voor mijzelf. Een voorstel dat ook door mijn begeleiders werd gesteund. Dus ging ik met een team, want alleen was het onderzoek niet goed uit te voeren, langs uiteindelijk 35 verschillende fokkers, verspreid door heel Nederland. In totaal hebben wij 805 cavia’s getest.’

Bij al die 805 cavia’s heb je monsters afgenomen. Betekent dit dat je 805 verschillende cavia’s hebt mogen vasthouden?
‘Nee, want ik en mijn team deden het samen. Soms hield ik er één vast, soms iemand uit mijn team en soms de fokker zelf. Ik heb wel heel veel cavia’s vastgehad. Ook hebben we permanent droge handen gehad trouwens, door al het tussentijds wassen en desinfecteren van onze handen. We wilden natuurlijk geen infectie overdragen!’

Waarom is dit onderzoek belangrijk?
‘Er is eigenlijk maar heel weinig bekend van Chlamydia caviae bij cavia’s. Er is maar één goed onderzoek gedaan en dat niet eens bij gezelschapsdieren of dieren van fokkers, maar bij laboratoriumdieren. Verder is het veelal speculatie of is iets simpelweg nog niet onderzocht. Wereldwijd weet niemand hoe vaak Chlamydia caviae nu daadwerkelijk voorkomt, cijfers ontbreken. Het kan belangrijk zijn om dit te weten, bijvoorbeeld zodat dierenartsen beter in kunnen schatten hoe groot de kans is dat een cavia met een ooginfectie Chlamydia caviae heeft. Op het moment dat Chlamydia caviae veel (meer) voor zou komen bij cavia’s, zou dit mogelijk ook meer risico kunnen betekenen voor (kwetsbare) mensen en met name ook kinderen.’

En de uitkomst? Is het wat je verwacht had?
‘Ja, in zekere zin wel. De prevalentie, dus hoeveel de infectie Chlamydia caviae voorkomt bij Nederlandse cavia’s, is niet heel hoog, maar zeker ook niet nul. Eigenlijk redelijk zoals wij dat verwacht hadden. De precieze uitkomsten verwerk ik momenteel in een artikel, zodra dit af is zal ik dat met Caviawijzer delen.’

Wat is je bijgebleven van het onderzoek?
‘Het was erg leuk om meer te leren over alle verschillende soorten cavia’s en over de kleuren en rassen die er zijn. Ook het inkijkje dat je krijgt in een wereld die je normaal niet ziet is erg bijzonder, dus om te zien hoe het gaat bij de fokkers thuis. Eigenlijk vond ik met name het praktische werk erg leuk om te doen.’

Wat vond je minder leuk aan het onderzoek?
‘Het analyseren van de data, dus de uitslagen van alle monsters en de ingevulde vragenlijsten. Het was vooral moeilijk. We hebben wel wat statistiek gehad, maar er zelf mee aan de slag gaan blijft lastig met zo weinig ervaring. Uiteindelijk is dat goed gekomen en heb ik ook daar veel van geleerd. Mocht ik in de toekomst nog eens onderzoek doen, dan zou ik toch wel een statisticus inhuren als dat kan…’ (lacht).

De precieze uitkomsten van het onderzoek en wat deze uitkomsten betekenen voor dierenartsen heeft Caviawijzer opgenomen in een vaste pagina over Chlamydia caviae. Het artikel met de onderzoeksresultaten van onder meer het onderzoek van Marende de Gier is gepubliceerd in Pathogens in 2021.

Online cursus ‘Een cavia in huis’

Op vrijdag 7 augustus a.s. (dus morgen al!), organiseert EduPet een online cursus voor iedereen die hobby- of beroepsmatig cavia’s houdt. Docente Bernice Muntz, dierentrainster, gedragstherapeut en presenter, neemt je dan mee naar de wereld van de cavia. Je kent haar misschien wel van haar boek ‘De gelukkige cavia’. Wil je morgen deelnemen van 14:00-16:30u, meld je dan snel aan voor deelname op de website van EduPet.

Minisymposium Farmacotherapie (Knaagdieren en Konijnen)


Logisch, een cavia of hamster is geen kat of hond…
Toch wordt voor het behandelen van zieke cavia’s regelmatig gebruik gemaakt van medicatie, die oorspronkelijk voor honden, katten en zelfs mensen is ontwikkeld. De manier waarop medicatie door het lichaam wordt benut kan echter aanzienlijk verschillen per diersoort. Een optimaal middel voor een zieke hond hoeft niet hetzelfde optimale effect hebben te bij een zieke cavia.
Zou je als dierenarts graag meer willen weten over de medicatie, waarover je als dierenarts reeds beschikt? Zoals wat is veilig voor knaagdieren en/of konijnen, welke medicatie is het meest optimaal en bij welk ziektebeeld? Maar ook wat je mag voorschrijven als dierenarts binnen de kaders van de huidige wetgeving? Wanneer en onder welke voorwaarden?

Kom dan naar het minisymposium Farmacotherapie – Knaagdieren en Konijnen op zaterdag 8 februari a.s. Dit symposium is gericht op farmacotherapeutische toepassingen in de diergeneeskunde, toegespitst op de fysiologie van knaagdieren en konijnen. Deze bijeenkomst is multidisciplinair van opzet, waarbij verschillende deskundigen uit de diergeneeskunde, dierwetenschappen, farmacologie en microbiologie hun krachten bundelen. Zij delen hun ervaringen met jou als deelnemend dierenarts, met het uiteindelijke doel consensus te bereiken over de meest optimale farmacotherapie voor knaagdieren en konijnen.

Bekijk het programma en de details in de nascholingsagenda of schrijf je in.
PS. Studenten diergeneeskunde zijn ook welkom en mogen deelnemen voor slechts 50 euro all in!

 

Inhoud van deze website is onderheven aan veranderingen, tevens beschermd met auteursrechten. Deel de link, niet de schermafbeelding!