De keuze voor castratie

Caviawijzer is niet tegen het castreren van cavia’s. Wel vinden wij het een goed idee dat huisdiereigenaren vaker stil staan bij de keuzes die zij maken voor hun dieren. Onderstaand blog-artikel is bedoeld om de gedachten te prikkelen en het denken aan dierenwelzijn te stimuleren.

‘Vanaf welke leeftijd mag je een cavia castreren?’ is een veel gestelde vraag op internetfora. Is het wel noodzakelijk om een cavia te castreren? Of sterker nog: wanneer is dit noodzakelijk? Misschien is het ook belangrijk deze vragen als cavia-eigenaar te stellen, voorafgaand aan het besluit jouw cavia te laten castreren.

Of te kiezen voor een vasectomie. Voor nu laten we het verschil en de voor- en nadelen van deze twee manieren om caviaberen onvruchtbaar te maken buiten beschouwing.

Als je een caviabeer bij een zeugje wilt plaatsen ligt het voor de hand om de beer te laten castreren. Maar is dat plaatsen bij een zeugje wel de enige mogelijkheid? Soms wel, maar niet altijd.

De wetswijziging in de zogeheten Wet Dieren geeft stof tot denken. Gisteren stonden de kranten bol van de oproer en de betekenis van deze wijzingen voor huisdiereigenaren. Allerlei spookverhalen gaan er momenteel rond, maar de wijziging omvat eigenlijk een hele belangrijke boodschap.

Wat houdt de wetswijziging in? Dieren hoeven per 1 januari 2023 niet worden aangepast aan hun huisvesting. En de huisvesting moet straks ruimte bieden voor natuurlijk dierengedrag. Het is met name bedoeld voor de veehouderij waar teveel dieren op een te kleine ruimte worden gehuisvest en waar dieren soms zelfs worden aangepast, zodat het “beter” past. Wat zo’n aanpassing voor de dieren zelf betekent was voorheen niet relevant. Vanaf 1 januari 2023 dus wel. Hoe kan dit geen goed nieuws zijn?

De wetswijziging gaat ervoor zorgen dat baasjes ook wat beter gaan nadenken over het welzijn van hun huisdieren.

Wat die wetswijziging met castratie te maken heeft? Castratie is een medische handeling waarvoor een cavia narcose ondergaat. Er wordt in het dier gesneden en geslachtsorganen verwijderd. De castratie heeft het doel het dier onvruchtbaar te maken, waarmee het ongewenste zwangerschap voorkomt en dus ook de gevolgen die daarmee gemoeid zijn.

Castratie kan in zekere zin ook gezien worden als een aanpassing van het dier voor zijn huisvesting. Immers, als een caviabeer bij een andere caviabeer kan wonen dan speelt die ongewenste zwangerschap niet. Castratie is dan niet nodig.

Maar twee beren bij elkaar dat kan toch niet? In een te kleine huisvesting klopt dat vaak, dan kan het vechten geblazen worden. Gelukkig zijn er voldoende berenkoppels die vredig naast elkaar leven en oud met elkaar worden. Daarbij bestaan er ook zeugjes die elkaar de tent uit vechten.

De kunst schuilt zeer waarschijnlijk in de match, en niet zozeer in de manier waarop, maar meer in de karakters die met elkaar verenigd worden. Natuurlijk zijn er eigenwijze, dominante, of misschien zelfs wel cavia’s met een groot ego, die geen enkele andere beer in hun omgeving accepteren. Die moeten dan wel samenwonen met een zeugje. En dan is er die noodzaak voor castratie (of vasectomie).

Tenzij wij überhaupt geen huisdieren zouden nemen, want ook dat is een menselijke keuze.

Over onderzoek doen naar Chlamydia caviae bij cavia’s

De 24-jarige Marende de Gier is masterstudent diergeneeskunde en heeft nog zo’n 2 à 2,5 jaar coschappen van haar master Gezelschapsdieren voor de boeg. Ze kijkt ernaar uit de praktijk in te gaan en dierenarts te zijn voor de kleinere gezelschapsdieren. Zelf heeft ze Edelweiss en Pasta Tricolore, twee caviaberen van 5 jaar. Vanuit haar opleiding deed zij wetenschappelijk onderzoek naar Chlamydia caviae bij cavia’s. Zij ging hiervoor langs verschillende Nederlandse caviafokkers, die hun medewerking verleenden aan dit onderzoek. Caviawijzer sprak met Marende via Skype.

Hoe kwam je erbij om Chlamydia caviae bij cavia’s te onderzoeken?
‘Aan het einde van mijn bachelor moest ik een scriptie schrijven. Ik kon daarvoor een onderwerp kiezen van een lijst of zelf een onderwerp bedenken. Toen ik een artikel voorbij zag komen, ik meen in het AD, dat mensen ziek waren geworden van hun cavia, wist ik het: Daar wilde ik meer van weten. Het bleek te gaan over Chlamydia caviae en dus werd dat het onderwerp van mijn literatuuronderzoek en uiteindelijk mijn scriptie. Eén van de docenten van de faculteit, Yvonne van Zeeland, liet mij daarna weten dat zij plannen hadden om het nader te onderzoeken in Nederland. Mijn interesse ervoor was al gewekt, dus het onderzoek bleek een logische volgende stap.’

Vertel eens, hoe ging het onderzoek in zijn werk?
‘We wilden een aanzet maken om te onderzoeken hoe vaak Chlamydia caviae nu daadwerkelijk voorkomt in Nederland. In eerste instantie was het de bedoeling onderzoek te doen tijdens caviashows, maar het langsgaan bij individuele fokkers bleek toch geschikter, zowel voor de fokkers alsook voor mijzelf. Een voorstel dat ook door mijn begeleiders werd gesteund. Dus ging ik met een team, want alleen was het onderzoek niet goed uit te voeren, langs uiteindelijk 35 verschillende fokkers, verspreid door heel Nederland. In totaal hebben wij 805 cavia’s getest.’

Bij al die 805 cavia’s heb je monsters afgenomen. Betekent dit dat je 805 verschillende cavia’s hebt mogen vasthouden?
‘Nee, want ik en mijn team deden het samen. Soms hield ik er één vast, soms iemand uit mijn team en soms de fokker zelf. Ik heb wel heel veel cavia’s vastgehad. Ook hebben we permanent droge handen gehad trouwens, door al het tussentijds wassen en desinfecteren van onze handen. We wilden natuurlijk geen infectie overdragen!’

Waarom is dit onderzoek belangrijk?
‘Er is eigenlijk maar heel weinig bekend van Chlamydia caviae bij cavia’s. Er is maar één goed onderzoek gedaan en dat niet eens bij gezelschapsdieren of dieren van fokkers, maar bij laboratoriumdieren. Verder is het veelal speculatie of is iets simpelweg nog niet onderzocht. Wereldwijd weet niemand hoe vaak Chlamydia caviae nu daadwerkelijk voorkomt, cijfers ontbreken. Het kan belangrijk zijn om dit te weten, bijvoorbeeld zodat dierenartsen beter in kunnen schatten hoe groot de kans is dat een cavia met een ooginfectie Chlamydia caviae heeft. Op het moment dat Chlamydia caviae veel (meer) voor zou komen bij cavia’s, zou dit mogelijk ook meer risico kunnen betekenen voor (kwetsbare) mensen en met name ook kinderen.’

En de uitkomst? Is het wat je verwacht had?
‘Ja, in zekere zin wel. De prevalentie, dus hoeveel de infectie Chlamydia caviae voorkomt bij Nederlandse cavia’s, is niet heel hoog, maar zeker ook niet nul. Eigenlijk redelijk zoals wij dat verwacht hadden. De precieze uitkomsten verwerk ik momenteel in een artikel, zodra dit af is zal ik dat met Caviawijzer delen.’

Wat is je bijgebleven van het onderzoek?
‘Het was erg leuk om meer te leren over alle verschillende soorten cavia’s en over de kleuren en rassen die er zijn. Ook het inkijkje dat je krijgt in een wereld die je normaal niet ziet is erg bijzonder, dus om te zien hoe het gaat bij de fokkers thuis. Eigenlijk vond ik met name het praktische werk erg leuk om te doen.’

Wat vond je minder leuk aan het onderzoek?
‘Het analyseren van de data, dus de uitslagen van alle monsters en de ingevulde vragenlijsten. Het was vooral moeilijk. We hebben wel wat statistiek gehad, maar er zelf mee aan de slag gaan blijft lastig met zo weinig ervaring. Uiteindelijk is dat goed gekomen en heb ik ook daar veel van geleerd. Mocht ik in de toekomst nog eens onderzoek doen, dan zou ik toch wel een statisticus inhuren als dat kan…’ (lacht).

De precieze uitkomsten van het onderzoek en wat deze uitkomsten betekenen voor fokkers, cavia-eigenaren en dierenartsen neemt Caviawijzer op in een vaste pagina over Chlamydia caviae. Deze pagina wordt gemaakt naar aanleiding van het artikel van Marende de Gier, waaraan zij op dit moment nog werkt.